![]() |
Optie soorten Er zijn twee typen opties. De call-optie en de put-optie, die beide gekocht en geschreven kunnen worden, en dus tot vier verschillende posities kunnen leiden. Een optie kan gekocht worden, waarmee men voor een bepaalde prijs (de strike of uitoefenprijs) het recht koopt om de onderliggende waarde tegen een bepaalde prijs te kopen (call-optie) of verkopen (put-optie). Men creëert hiermee een long-positie. Het tegenovergestelde van kopen is schrijven, de schrijver heeft niet het recht maar de plicht om te leveren (call-optie) of te kopen (put-optie) tegen de van te voren vastgestelde prijs. Dit wordt een short-positie genoemd.
Aflopen van de optie Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van de optie de handelsprijs van de onderliggende waarde boven de afgesproken prijs ligt zal de optie geen waarde meer hebben. Men kan immers zonder de optie de waarde duurder verkopen dan met de schrijver van de optie is afgesproken. Ligt de prijs echter lager dan de op de optie vastgelegde prijs, dan zal de optiehouder bij de schrijver komen om zijn rechten uit te oefenen. Amerikaanse opties en Europese opties Amerikaanse opties zijn opties die leiden tot fysieke levering: Wanneer op de afloopdatum de koers van het aandeel lager staat dan de afgesproken koers (strike) dan zal de koper van de put optie deze uitoefenen en dus de aandelen tegen de afgesproken prijs verkopen aan de verkoper van de optie. Europese opties worden contant afgerekend. Wanneer het aandeel (of index) lager staat dan de afgesproken koers krijgt de koper het koersverschil tussen de strike en de lagere beurskoers op moment van afloop. Dit systeem is met name populair voor opties op indices omdat het overdragen van 25 verschillende aandelen met hoge kosten gepaard zou gaan.
Expiratie datum Voor veel opties worden gelijke looptijden afgesproken. Daardoor zijn er bepaalde dagen op de beurs waarop veel opties aan het eind van hun looptijd komen. Als een bepaalde optie veel is verhandeld, en de onderliggende waarde heeft in de tussentijd een heel andere handelsprijs aangenomen dan werd verwacht, kan op zo'n expiratiedag een grote hoeveelheid handel plaatsvinden (groot volume) en kan de prijs behoorlijk fluctueren. Voor de opties verloopt de expiratie tussen 16:00 en 16:15. Volatiliteit van het aandeel Volatiliteit is de beweeglijkheid (omhoog en omlaag) van het aandeel. Hoe volatieler de waarde van de onderliggende effecten, hoe groter de kans dat de optie gedurende de looptijd een keer door de uitoefenprijs heen gaat, hoe hoger de optiepremie. Opties kopen U kunt op drie manieren opties kopen. Te weten: “in-the-money”, “at-the-money” en “out-of-the-money”. Dit betekent het volgende: Risico Bij handel in aandelen komt het slechts zelden voor dat een aandeel zijn complete waarde verliest. Meestal is het risico beperkt tot enkele procenten of enkele tientallen procenten van het ingelegde vermogen. Bij de handel in opties ligt dat heel anders: door de hefboomwerking van het optiemechanisme komt het heel regelmatig voor dat men bij aankoop en verkoop van opties het gehele ingelegde vermogen kwijtraakt. Bij het verkopen van opties kunnen de verliezen in theorie onbeperkt oplopen.
Dit noemt men de margin die men aan moet houden. Op het moment dat dit bedrag onvoldoende is gaat men over tot een zogenaamde margin call, waarbij men vijf dagen de tijd heeft om tekorten aan te zuiveren voordat de bank gaat liquideren. De term margin call heeft overigens betrekking op het bericht dat men ontvangt, en heeft verder niets te maken met callopties. In de professionele handel wordt vaker de term haircut gebruikt om het bedrag aan te duiden dat men moet aanhouden ter dekking van optieposities. Optie strategieën
Er zijn meer optiestrategieën mogelijk. Kijk verder onder de knop Tips bij hoofdstuk Optie strategieën. |
| D i s c l a i m e r |