Logo
   
 

Optie soorten

Er zijn twee typen opties. De call-optie en de put-optie, die beide gekocht en geschreven kunnen worden, en dus tot vier verschillende posities kunnen leiden.

Een optie kan gekocht worden, waarmee men voor een bepaalde prijs (de strike of uitoefenprijs) het recht koopt om de onderliggende waarde tegen een bepaalde prijs te kopen (call-optie) of verkopen (put-optie). Men creëert hiermee een long-positie. Het tegenovergestelde van kopen is schrijven, de schrijver heeft niet het recht maar de plicht om te leveren (call-optie) of te kopen (put-optie) tegen de van te voren vastgestelde prijs. Dit wordt een short-positie genoemd.

1. Call-opties

Wie een call-optie koopt krijgt daarmee het recht om een bepaalde onderliggende waarde binnen een gedefinieerde periode te kopen tegen een van tevoren vastgestelde prijs. Voor dit recht betaalt de koper een bedrag dat zowel gebaseerd is op de waarde van het onderliggende goed als op verwachtingen omtrent de waarde van dat goed in de toekomst. Het bedrag waartegen de optie wordt verhandeld is de premie.

Wie een call-optie schrijft oftewel verkoopt verleent daarmee aan de koper het recht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren vastgestelde prijs te kopen. De schrijver ontvangt als compensatie een bedrag per optie. De schrijver van de optie gaat bovendien zelf een verplichting aan de onderliggende waarde ook te leveren als daarom door de optiehouder gevraagd wordt.

Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van de optie de handelsprijs van de onderliggende waarde onder de afgesproken prijs ligt, zal de optie geen waarde meer hebben. Men kan immers zonder de optie goedkoper aan de waarde komen dan met de schrijver van de optie is afgesproken. Ligt de prijs echter hoger dan de op de optie vastgelegde prijs, dan zal de optiehouder bij de schrijver komen om zijn rechten uit te oefenen.

2. Put-opties

De koper van een put-optie heeft een recht gekocht om een onderliggende waarde tegen een van tevoren afgesproken koers te verkopen. Iemand die bepaalde aandelen heeft en deze wil houden kan zich door koop van een geschikte put-optie dus "verzekeren" van de waarde van zijn aandelen gedurende de looptijd van de optie. Voor deze verzekering betaalt de koper een bedrag.

De verkoper van een put-optie verplicht zich een onderliggende waarde af te nemen tegen een van tevoren afgesproken prijs. Als vergoeding ontvangt de schrijver van de koper het premiebedrag.

Aflopen van de optie

Wanneer aan het eind van de looptijd (bij expiratie) van de optie de handelsprijs van de onderliggende waarde boven de afgesproken prijs ligt zal de optie geen waarde meer hebben. Men kan immers zonder de optie de waarde duurder verkopen dan met de schrijver van de optie is afgesproken. Ligt de prijs echter lager dan de op de optie vastgelegde prijs, dan zal de optiehouder bij de schrijver komen om zijn rechten uit te oefenen.

Amerikaanse opties en Europese opties

Amerikaanse opties zijn opties die leiden tot fysieke levering: Wanneer op de afloopdatum de koers van het aandeel lager staat dan de afgesproken koers (strike) dan zal de koper van de put optie deze uitoefenen en dus de aandelen tegen de afgesproken prijs verkopen aan de verkoper van de optie.

Europese opties worden contant afgerekend. Wanneer het aandeel (of index) lager staat dan de afgesproken koers krijgt de koper het koersverschil tussen de strike en de lagere beurskoers op moment van afloop. Dit systeem is met name populair voor opties op indices omdat het overdragen van 25 verschillende aandelen met hoge kosten gepaard zou gaan.

Op de Nederlandse beurs genoteerde opties hebben overwegend de American Style.

• American Style = De opties kunnen op elk moment gedurende de looptijd uitgevoerd worden.
• European Style = De opties kunnen uitsluitend op de expiratie datum uitgeoefend worden.
• Bermudan Style = De opties kunnen op een aantal van te voren vastgestelde datums uitgeoefend worden.

Expiratie datum

Voor veel opties worden gelijke looptijden afgesproken. Daardoor zijn er bepaalde dagen op de beurs waarop veel opties aan het eind van hun looptijd komen. Als een bepaalde optie veel is verhandeld, en de onderliggende waarde heeft in de tussentijd een heel andere handelsprijs aangenomen dan werd verwacht, kan op zo'n expiratiedag een grote hoeveelheid handel plaatsvinden (groot volume) en kan de prijs behoorlijk fluctueren. Voor de opties verloopt de expiratie tussen 16:00 en 16:15.

Volatiliteit van het aandeel

Volatiliteit is de beweeglijkheid (omhoog en omlaag) van het aandeel. Hoe volatieler de waarde van de onderliggende effecten, hoe groter de kans dat de optie gedurende de looptijd een keer door de uitoefenprijs heen gaat, hoe hoger de optiepremie.

Opties kopen

U kunt op drie manieren opties kopen. Te weten: “in-the-money”, “at-the-money” en “out-of-the-money”. Dit betekent het volgende:
• in-the-money De optie heeft intrinsieke waarde, de koers ligt boven de uitoefenprijs (call-optie). is het verschil groot, dan is de optie deep-in-the-money.
• at-the-money de beurskoers is exact gelijk aan de uitoefenprijs
• out-of-the-money de optie heeft geen intrinsieke waarde, de koers ligt bij een call-optie onder de uitoefenprijs.

Risico

Bij handel in aandelen komt het slechts zelden voor dat een aandeel zijn complete waarde verliest. Meestal is het risico beperkt tot enkele procenten of enkele tientallen procenten van het ingelegde vermogen. Bij de handel in opties ligt dat heel anders: door de hefboomwerking van het optiemechanisme komt het heel regelmatig voor dat men bij aankoop en verkoop van opties het gehele ingelegde vermogen kwijtraakt. Bij het verkopen van opties kunnen de verliezen in theorie onbeperkt oplopen.

Om de risico's te beperken eist de beurs dat er voldoende onderpand aanwezig is om eventuele verliezen te kunnen financieren.

Dit noemt men de margin die men aan moet houden. Op het moment dat dit bedrag onvoldoende is gaat men over tot een zogenaamde margin call, waarbij men vijf dagen de tijd heeft om tekorten aan te zuiveren voordat de bank gaat liquideren. De term margin call heeft overigens betrekking op het bericht dat men ontvangt, en heeft verder niets te maken met callopties. In de professionele handel wordt vaker de term haircut gebruikt om het bedrag aan te duiden dat men moet aanhouden ter dekking van optieposities.

Optie strategieën

Voorbeeld 1:
Bescherming van bezit met put-opties Je hebt in januari aandelen XYZ in portefeuille. De huidige koers ligt rond de 20 euro, een dik jaar terug heb je ze voor 15 euro gekocht. Een mooie winst, maar je verwacht dat er nog veel meer in zit. Toch bestaat het risico dat de koers daalt; zo zitten koersen nu eenmaal in elkaar: ze dalen en stijgen. Je wilt de stukken niet kwijt, maar besluit een put april te kopen met uitoefenprijs 20, waarvoor je euro 1,50 betaalt.

Als de aandelen inderdaad gaan dalen in koers, dan zal de koers van de gekochte put gaan stijgen. Als de stukken nog maar 15 euro waard zijn, dan zal de put zeker 5 euro waard zijn, simpel gesteld. Daarmee compenseer je voor de waardedaling van je portefeuille. De betaalde premie moet je hier natuurlijk nog van aftrekken: je verdient dus 3,50 bij een koersdaling van 5 euro in de stukken.

Voorbeeld 2:
Speculatie door aankoop van put-opties Je hebt geen stukken in portefeuille maar denkt dat een bepaald fonds in waarde zal dalen. Je koopt een put op die stukken, en zal de waarde van die put zien stijgen als het fonds in kwestie in koers daalt.

Er zijn meer optiestrategieën mogelijk. Kijk verder onder de knop Tips bij hoofdstuk Optie strategieën.

 
  D i s c l a i m e r