![]() |
Aandelen geven structureel hoger rendement Aandelen nemen een vaste plaats in binnen beleggingsportefeuilles. Het is niet ongebruikelijk dat een portefeuille voor circa 30% tot 50% uit aandelen bestaat. Het gebruik ervan is echter niet eenvoudig.
De fluctuaties in die rendementen zijn echter aanmerkelijk groter dan die van obligaties. Er doen zich ook met een zekere regelmaat jaren voor waarin aandelen een (flink) lager rendement hebben dan obligaties. Dit impliceert dat er een betrekkelijk lange beleggingshorizon moet zijn, wil het beleggen in aandelen in aanmerking komen. Ze zullen echter vrijwel nooit (bijna) hun gehele vermogen in aandelen beleggen, aangezien daarmee het risico te zeer in die ene beleggingscategorie geconcentreerd is. Het zal vrijwel altijd een combinatie van aandelen en obligaties zijn, vaak aangevuld met onroerend goed en (in toenemende mate) alternatieve beleggingen. Twee beleggings stromingen Bij het beleggen in aandelen zijn in hoofdzaak twee stromingen te onderscheiden: In de praktijk zal overigens zelden onverkort voor een van beide benaderingen worden gekozen. Bij het beleggen in aandelen is het van belang te beseffen dat men verschaffer is van risicodragend kapitaal. Als het slecht gaat met de onderneming, is de aandeelhouder de eerste van de diverse vermogensverschaffers die daarvan nadeel ondervindt. (Indien een onderneming slecht nieuws naar buiten brengt, kan dat een sterke koersdaling tot gevolg hebben. Dalingen van enkele tientallen procenten in enkele uren tijd zijn dan geenszins uniek.) In verband daarmee is het sterk aan te raden om een belegging in aandelen te spreiden over meerdere ondernemingen. En niet onbelangrijk, de beleggingen verdelen over verschillende sectoren. U begrijpt hieruit dat met een klein vermogen, men te weinig kan doen aan risico spreiding. In die gevallen is het aan te raden, om eventueel in verschillende aandelenfondsen te gaan beleggen. Hierdoor kan men toch de nodige spreiding bereiken. |
| D i s c l a i m e r |